Ben Ali Libi

Doorgangskamp Westerbork [20-29 juni 1943]
Voorpublicatie ‘Tussen de Barakken‘.

Zijn wonderlijke comeback begint in 1985 met de publicatie van Door de nacht klinkt een lied van NRC-journalist Henk van Gelder en cabarethistoricus Jacques Klöters. Achterin het boek vinden zanger Joost Prinsen en dichter Willem Wilmink een lijst met in de Tweede Wereldoorlog vermoorde artiesten en raken betoverd door de regel ‘Ben Ali Libi goochelaar’. Aangespoord door Prinsen schrijft Wilmink in 1987 een gelijknamig gedicht dat rept van een denkbeeldige ‘kleine joodse schlemiel’ die zich ondanks zijn goochelkunsten en een ‘zorgvuldig gekozen alibi’ niet weet te verstoppen voor de aanhangers van het rücksichtslose Duitse Derde Rijk. Nadat componist Harry Bannink Wilmink’s tekst op muziek zet, wordt het diverse keren door Prinsen vertolkt. Zo zingt hij het in 1996 in Tip Top, een theaterprogramma over de geschiedenis van het Joodse amusement in Nederland.

Zoals Henk van Gelder met zijn boek uit 1985 de goochelaar min of meer toevallig weer in de schijnwerpers plaatst, zo geeft hij hem in de NRC van 20 maart 1999 zijn gezicht en identiteit terug. Bij het bladeren door het artiestenvakblad De Komeet van 16 maart 1934, zo schrijft de journalist, stuit hij op een promotiefoto van ‘Prof. Ben Ali Libi’ – een ‘heer in een smoking’ vereeuwigd in een ‘charmante pose’ – met verderop in het blad zijn naam ‘M. Velleman’, geboorteplaats ‘Groningen’ en adres ‘Biesboschstraat 7, Amsterdam-Zuid’. 

Op 2 augustus 2003 overlijdt Willem Wilmink op zesenzestigjarige leeftijd. Enkele maanden eerder stelt hij nog een bundel samen met gedichten over de dood. In Je moet je op het ergste voorbereiden neemt hij ook Ben Ali Libi op. Als regisseur Dirk Jan Roeleven een jaar later een documentaire over Wilmink maakt, vraagt hij Joost Prinsen de tekst nog eens voor te dragen. De woorden maken veel los. Allereerst bij Prinsen zelf, die zichtbaar volschiet bij de laatste regels over ‘schreeuwers’ die ‘een alternatief voor de democratie’ menen te kennen, maar ook bij de kijkers. Hieronder bevindt zich advocaat Bram Moszkowicz die het gedicht acht jaar later als leidmotief opneemt in zijn van de Holocaust doordrongen boek Liever rechtop sterven dan op je knieën leven. Op 28 maart 2012 vertelt hij erover bij Pauw en Witteman. In hetzelfde televisieprogramma verschijnt een dag later Katy Huiman (geboren Velleman). Ze blijkt een kleindochter van Michel (M.) Velleman en vertelt wat ze via haar vader over haar goochelende grootvader te weten is gekomen. Ook toont ze nieuwe beelden uit de fotoalbums van de familie. Voor wie in de wereld het dan nog niet duidelijk is, de naam Ben Ali Libi noch het gedicht verwijzen naar een fictief karakter maar naar een mens van vlees en bloed.

Michel Velleman komt op zaterdag 5 januari 1895 in het centrum van Groningen ter wereld als tweede kind van vader Jacques en moeder Aaltje (geboren Noort). De exacte plaats is niet bekend. Sinds de dag dat hun eerste kind zich aankondigt, Michel’s broer Ruben, en het daaropvolgende huwelijk trekken zijn ouders van de ene naar de andere kamer in de Joodse buurt rond het dan net gedempte Zuiderdiep. In twee jaar verblijven ze op maar liefst vijf adressen. Het is de voorbode van een drang tot reizen die in de jaren die komen alleen maar zal toenemen. Ook is het de reden waarom de geboorteplaats van Michel niet met zekerheid vast te stellen is. Begin 1895, juist rond de bevalling, verhuist het gezin van het Gedempte Zuiderdiep 74 naar de om de hoek gelegen Ruiterstraat 7.

Sinds het huwelijk van zijn ouders probeert vader Jacques de kost te verdienen als koopman en artiest. Michel heeft het als toekomstige goochelaar niet van een vreemde. Ook Jacques werkt graag voor en met publiek. Naast ‘marktschreeuwer’ is hij actief als komiek, muzikant en ‘directeur’ van een zeskoppig gezelschap dat gespecialiseerd is in ‘operettes, duetten, ensembles en comische scenes’. In de loop der jaren zullen daar nog goochelaar, kwakzalver, en zelfs misdadiger bijkomen. Voorlopig vormen de jaarmarkten, kermissen en kroegen van de provincie Groningen zijn werkterrein, met inbegrip van een eenmalig optreden in Stad op zondag 18 december 1896 in café Veelust aan de Veemarktstraat 7.

Het gezin waarin Michel opgroeit kent nauwelijks stabiliteit. Naast de onregelmatige inkomsten die samenhangen met zijn professie pleegt vader Jacques ook een ernstig misdrijf. Wegens ‘aanranding van de eerbaarheid’ op een onbekend gebleven slachtoffer wordt hij door de rechtbank van Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar. Terwijl vader Jacques ver weg in de Koepelgevangenis van Breda zijn straf uitzit, bevalt moeder Aaltje op maandag 31 mei 1897 in Groningen van Michel’s zusje Bertha. Na de geboorte reist het gezin vader achterna. Tijdelijk onderdak vinden ze in Antwerpen, waarschijnlijk bij familie. Nadat Jacques op vrije voeten is gesteld volgen nog vele jaren met omzwervingen door Nederland en België in een poging een nieuw bestaan op te bouwen. In ‘s Hertogenbosch wordt op woensdag 26 juli 1899 broer Rudolph geboren en in Rotterdam op vrijdag 12 april 1901 broer Harry. In hetzelfde jaar nog verhuist het gezin naar Amsterdam en strijkt neer in de Koestraat 18, 2 hoog voor. Hoewel de hoofdstad hun woonplaats blijft, zullen ze nog vaak verhuizen en wordt de situatie er niet beter op. Met grote regelmaat moet het gezin een beroep doen op steun van buren, familie en instanties. Vader Jacques is continu ziek, kampt in toenemende mate met hartproblemen en is ondanks grootste plannen vaak niet staat de kost te verdienen. In oktober 1908, na acht verhuizingen binnen Amsterdam, keren de Vellemans terug naar de Koestraat en nemen hun intrek in een eenkamerwoning, wederom 2 hoog, maar nu op nummer 12. 

Op 28 september 1909 laat ‘humoristisch goochelaar’ Ben Ali Libi voor het eerst van zich horen. In de Amsterdamse krant Het Nieuws van den Dag staan twee optredens op het Oud-Hollandsch Marktfeest in Schinkelhaven aangekondigd. Terwijl vader Jacques er deelneemt aan een wedstrijd voor standwerkers vermaakt Michel de kinderen op woensdagen van 3 tot 5 uur met zijn goochelkunsten. De aanstaande ‘professor’ is dan veertien jaar en zelf nog een kind. Sinds hij van school is helpt hij zijn vader om de immer tekortschietende inkomsten aan te vullen. Een rapporteur van de Nederlands Israëlische Armenzorg heeft het gezin recent in erbarmelijke omstandigheden aangetroffen: ‘ze liggen geheel onder lompen dus verlang ik zo spoedig mogelijk bedden, ’t is er vreselijk over het geheel’. Op de gemeentelijke armenzorg hoeft het gezin al niet meer te rekenen. Na jaren van financiële steun laat het zich door buren informeren dat vader recentelijk nog stomdronken uit de kroeg is gehaald en dat de vijftienjarig Michel en de één jaar oudere Ruben voldoende inkomsten genereren. Een jaar na de eerste twee optredens verzorgt Ali Ben Libi op woensdagmiddag 7 september 1910 zijn derde publieke kindervoorstelling in het Tolhuis over ’t IJ. Twee weken later overlijdt op 23 september 1910 vader Jacques Velleman op zesendertigjarige leeftijd.

In 1915 wordt Michel opgeroepen voor het leger. De dienstperiode zal in sterke mate zijn levensrichting bepalen. Eerst ontmoet hij Anna (geboren Speijer) met wie hij in 1916 trouwt en later twee kinderen krijgt. Aaltje en Jacques worden vernoemd naar moeder en vader Velleman. Daarnaast krijgt Michel in 1917 een toevallige invalbeurt bij Grenstoneel, een legeronderdeel dat in heel het land amusementsprogramma’s verzorgt. Het is op maandag 30 april op Schiermonnikoog dat hij voor het eerst optreedt. De in Hotel van der Werff verzamelde soldaten reageren zo enthousiast dat Michel vaker gevraagd wordt en zelfs tot het gezelschap toe zal treden. Hij draait zich warm voor een professionele carrière. Als Michel eind 1917 afzwaait, gaat hij definitief verder als ‘humoristisch goochelaar’, op tweeëntwintigjarige leeftijd voor het eerst onder zijn volledige artiestennaam ‘Prof. Ali Ben Libi’.

In de jaren die volgen ontworstelt Michel zich grappend en goochelend aan zijn armoedige afkomst. Hij treedt op in heel het land en ontvangt waarderende tot lovende recensies. Zo beschrijft het Nieuwsblad van het Noorden zijn optreden op donderdag 8 november 1923 in het variététheater Mille Colonnes aan de Grote Markt 14 in Groningen met ‘Prof. Ben-Ali-Libi toonde zich een eersteklas goochelaar, die met het publiek deed wat hij wilde en de menschen verbluft deed staan met handige trucjes’. Over zijn voorstelling van zondag 26 maart 1939 voor de kinderen van de leden van de Vereniging van Arbeiders Radio Amateurs (VARA) schrijft het Leeuwarder Nieuwsblad: ‘Onder ademlooze stilte toonde hij zijn goocheltoeren, doch het mooiste was natuurlijk zijn optreden, waarbij hij door enkele kinderen geassisteerd moest worden. Toen prof. Ben Ali Libi het klaar wist te spelen van gewoon papier een heerlijk glas ranja te maken, volgde eerst een doodsche stilte, doch toen de beide jonge medewerkers verklaarden, dat het werkelijk ranja was, dachten we dat de Harmonie het niet uit zou houden, zoon gejubel ging er op.’

In Amsterdam kan het gezin Velleman zich door aanhoudend succes steeds betere behuizing veroorloven. In de jaren twintig wonen ze in de Boerhaavestraat 27 en Tweede Boerhaavestraat 3H in Oud-Oost, en in de jaren dertig aan de Biesboschstraat 7 in Zuid. Ook de jaren veertig beloven een hogere trede op de maatschappelijke ladder. De inmiddels geroutineerde en landelijk bekende Michel heeft zich in de sociaaldemocratische zuil een vaste plek verworven naast het jonge, populaire zangduo Johnny and Jones. Via de VARA en het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (N.V.V) is hij verzekerd van werk. Optimistisch over de toekomst verhuist het gezin op 1 april 1940 naar een fraaie maar dure bovenwoning in de Rivierenbuurt. De huur gaat omhoog van 37,50 naar 49 gulden per week. Aan het Merwedeplein 59 leven de Vellemans tussen vermogende middenstanders zoals ook het ondernemersgezin Frank dat om de hoek op nummer 37 woont.

Het optimisme van de verhuizing ebt snel weg. Na twee weken overlijdt moeder Aaltje, nog eens twee weken later breekt de oorlog uit en tot overmaat van ramp wordt Michel voor een operatie opgenomen in het ziekenhuis, waardoor hij zijn optredens moet afzeggen. Na zijn herstel maken de anti-Joodse maatregelen het hem steeds moeilijker om zijn beroep uit te oefenen, laat staan een normaal leven te leiden. Op woensdag 22 en donderdag 23 februari 1941 worden door de bezetter in Amsterdam 427 mannen opgepakt. Het is de eerste razzia op Joodse burgers. Nederland is geschokt. In diverse steden breken stakingen uit. Het mag niet baten. Op woensdag 11 juni volgt een tweede razzia op een groep van 310 mannen. Dan verschijnen er borden met ‘Verboden voor Joden’. Met de verordening van 15 september wordt een hele bevolkingsgroep uitgesloten van het openbare leven. Voor Ben Ali Libi betekent dit dat hij alleen nog voor ‘eigen’ publiek en met ‘eigen’ collega’s kan werken. Op zondag 24 mei 1942 maakt hij nog zijn opwachting in Molengoot, een werkkamp voor Joden nabij Hardenberg. Gevangene Philip Slier schrijft zijn ouders: ‘We hebben nu net een bonte middag gehad met Jonny en Jones en Ben Ali Libi. Het was tamelijk leuk’. Daarnaast biedt Michel, getuige een advertentie in Het Joodsche Weekblad van 5 juni 1942, thuis aan het Merwedeplein een goochelcursus aan. Op woensdag 15 juli 1942 vertrekt vanuit Westerbork het eerste transport naar Auschwitz. De Vellemans lopen nog geen direct gevaar. Michel, Anna en hun zoon Jacques werken voor de Joodse Raad en zijn met hun ‘sperre’ voorlopig vrijgesteld van deportatie. Dochter Aaltje lijkt veilig ondergebracht in Beth Azarja, een tehuis in Hilversum voor kinderen met een geestelijke beperking.

Een jaar later wordt het gezin alsnog door het noodlot getroffen. De Joodse Raad krijgt van de bezetter te horen er te veel vrijstellingen zijn uitgedeeld, de betreffende groep van 14.000 mensen dient gehalveerd te worden. De Vellemans behoren niet tot de laatste 7.000 gelukkigen. In mei 1943 wordt als eerste Aaltje vanuit het tehuis in Hilversum op transport gezet naar doorgangskamp Westerbork. Onbekend is of het gezin hiervan op de hoogte is. Dan wordt op zondag 20 juni 1943 de Rivierenbuurt in de vroege ochtend onaangekondigd en in alle stilte afgesloten. De Joodse bewoners worden vanuit auto’s met luidsprekers opgeroepen hun spullen te pakken. Ook aan het Merwedeplein 59 wordt er aangeklopt. Zoon Jacques is de deur uit. Hij is gaan voetballen met vrienden. Michel en Anna worden meegenomen. Het is de ‘grote razzia van Amsterdam’ waarbij in totaal 5.542 mensen opgepakt worden. Ze moeten naar het Daniel Willinkplein waarna ze met de tram naar station Muiderpoort worden afgevoerd. Vanaf 3 uur ’s middags vertrekken daar de treinen naar Westerbork.

Na zijn eerdere documentaire over Willem Wilmink besluit Dirk Jan Roeleven ook de geschiedenis van Ben Ali Libi te verfilmen. In het televisieprogramma De Wereld Draait Door van 13 november 2014 wordt de goochelaar tot leven gewekt, allereerst door de regisseur die recent teruggevonden filmopnames toont. Het is zomer 1937. We kijken naar een rijzige man in zwart rokkostuum die met een vrolijk gelaat vijftig kinderen vermaakt in de daktuin van het warenhuis Vroom en Dreesman aan de Karrestraat 8-14 in Breda – op loopafstand van de Koepelgevangenis. Geen van de toenmalige aanwezigen, zo weet Roeleven, is nog in leven. Toch hoopt hij dat er anderen zijn die de goochelaar elders nog hebben zien optreden. In het televisieprogramma roept hij ze op zich bij hem te melden. Dan is illusionist Hans Klok aan de beurt. Aan de hand van Een serie goocheltoeren en kunstjes met eenvoudige hulpmiddelen, een boekje in 1925 door Ben Ali Libi in eigen beheer uitgegeven, kruipt hij in de huid van de goochelaar. Zelfs in de eenentwintigste eeuw kan hij het publiek betoveren. Vooral de truc met de trouwring van een toeschouwer, die in een doek tussen de vingers van presentator Matthijs van Nieuwkerk verdwijnt, en later met een roos uit de binnenzak van de goochelaar weer tevoorschijn komt, oogst grote bewondering. Op Bevrijdingsdag 4 mei 2015 gaat de documentaire Ben Ali Libi goochelaar bij de NTR op televisie in première. Hierin deelt overlever van Auschwitz Lotty Huffener (geboren Veffer) haar herinneringen. Als enige reageert ze op de oproep van regisseur Roeleven. Voor de oorlog komt ze bij de Vellemans thuis over de vloer en ziet ze vader Michel op een feestje in de Sarphatistraat optreden. In 2015 is Lotty Huffener op drieënnegentigjarige leeftijd de laatst levende verbinding met Ben Ali Libi.

Ook in Groningen worden de sporen van Michel zichtbaar gemaakt. Hoewel het niet bekend is waar precies hij ter wereld komt, is het zeker dat zijn geboortehuis er niet meer staat. Aan het Gedempte Zuiderdiep bevindt zich nu een bioscoopcomplex van Pathé. Om de hoek, op de muur aan de Ruiterstraat, wordt de opnieuw bekende Groninger herdacht op initiatief van dichter Kasper Peters en bibliothecaris Douwe van der Bijl. Op 1 september 2017 wordt het aandenken in stijl onthuld door Katy Huiman, de kleindochter van Michel Velleman, en Wobke Klein, de weduwe van Willem Wilmink. Boven de artiestennaam van Michel en het gedicht van Wilmink staat in grote letters, naar een ontwerp van Albert Rademaker, de strofe waarin alles en iedereen samenkomt ‘… jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar …’

Zondag 20 juni 1943 komt rond 9 uur ‘s avonds de eerste van drie overvolle treinen aan in kamp Westerbork. In totaal stappen 5.542 mensen uit waaronder Michel en Anna. Eenmaal in het kamp worden de Vellemans uit de trein over de Boulevard des Misères westwaarts gestuurd naar de vijftiger en zestiger barakken. Sinds de komst van deze ‘Berlinerbarakken’ met een capaciteit van driehonderd mensen zijn er aparte onderkomens gecreëerd voor mannen en vrouwen. Anna wordt naar barak 57 aan de noordkant van de Boulevard gedirigeerd, Michel komt aan de zuidkant schuin tegenover zijn vrouw in barak 61 terecht. Het kamp is niet berekend op de 15.000 gevangen die er nu vastgehouden worden. Alle barakken puilen uit. De situatie is onbeschrijflijk. Een dag later doet medegevangene en journalist bij het Algemeen Handelsblad Philip Mechanicus in zijn dagboek toch een poging.

‘In dichte troepen zijn zij de barakken ingedreven: drie, vier, soms vijf mensen in twee bedden, mét hun bagage. De bedden staan drie verdiepingen hoog, gescheiden door gangetjes van een halve meter breedte op zijn hoogst, zonder één enkele tafel, bank of stoel. Tot duizend, elfhonderd mensen in één barak, zonder elleboogruimte, zonder behoorlijke berging voor hun kleren, kris-kras dooreen. Als mieren gaan zij langs en over elkaar, als kleine, onbetekenende mieren. De opeengepakte mensenlijven stralen een hitte uit als in een oven. Zij verspreiden een walm als een brandende fakkel. Zij slapen dicht-opeengepakt, onrustig, woelig: vaak op het stalen geraamte van het ledikant, soms op de grond. Eén grote stroom van mensen sjokt naar de wc. Zij zijn al weer vroeg bij de hand: om drie uur ’s nachts, teneinde een behoorlijke wasgelegenheid te krijgen. Als bijen aan de overvulde korf, zo klonteren zij overdag in drommen in en om de ingang van de barakken. Tussen en om de barakken zwermen zij rond, of staan zij in groepen bijeen, als op een kermis of markt.’

Negen dagen slechts verblijven Anna en Michel in Westerbork. Het is niet bekend wat ze er gedaan of meegemaakt hebben. Misschien heeft de altijd opgewekte goochelaar er nog kinderen vermaakt. Wie weet heeft hij, in de woorden van Willem Wilmink, zijn ‘aardigste trucs’ nog laten zien. Zeer waarschijnlijk zijn hun namen de laatste maandagavond in de barakken omgeroepen. ‘Anne Velleman.’ ‘Michel Velleman.’ Op de vroege dinsdagochtend 29 juni 1943 loopt het echtpaar met hun laatste bezittingen over de Boulevard naar de Rampe waar een lange trein klaarstaat. Enkele uren later maken ze met 2.397 lotgenoten deel uit van het zevenenzestigste transport uit Westerbork. 

Als voorlopig sluitstuk van zijn wonderbaarlijke comeback verschijnt in 2018 Ben Ali Libi handelaar in illusies. Geïnspireerd door het gedicht van Willem Wilmink en de documentaire van Dirk Jan Roeleven onderwerpt historicus Ben Hummel de geschiedenis van de goochelaar aan een nader onderzoek. Het in eigen beheer uitgegeven boek bevat een schat aan nieuwe informatie voor lezers met rücksicht voor de kwetsbare mens en, in Hummel’s eigen woorden in het Dagblad van het Noorden van 3 januari, ‘als monumentje voor Michel Velleman, een optimist met liefde voor kinderen en zijn vak.’

Ooit als deze oorlog voorbij is zullen de mensen op zoek gaan naar zijn sporen. Nu, onderweg in de trein vanuit Westerbork keert Michel zelf misschien in gedachten terug naar de tijd dat hij als Ben Ali Libi zorgeloos door Nederland en België trekt, langs uitverkochte zalen zoals De Harmonie in Assen op woensdag 25 november 1939 en Hotel Horst in Haren op zaterdag 25 juni 1938, beide samen met zijn collega’s Johnny and Jones – hoe zou het met ze zijn? – voor een publiek dat net als zij dan nog gelooft in wonderen. Of denkt de goochelaar aan de vele malen dat hij teruggaat naar zijn geboorteplaats om er op te treden, zoals de week in november 1923 voor een engagement in het net geopende variététheater Mille Colonnes aan de Grote Markt 14 of de week in juni 1936 in het Luxor Theater en Hotel Frigge aan de Herestraat 72-74? Vandaag, dinsdagmiddag 29 juni 1943, buigt de trein echter vlak voor Groningen af. Via station Haren gaat het oostwaarts naar Hoogezand-Sappemeer, Zuidbroek (Ons gebouw, zaterdag 26 november 1938), Winschoten (Hotel Smid, woensdag 8 februari 1939) en de Duitse grens. Maar misschien denkt hij helemaal niet aan zijn loopbaan als ‘humoristisch goochelaar’, en slechts aan zijn kinderen, dochter Aaltje die twee maanden eerder naar Sobibor is afgevoerd en zoon Jacques die met vrienden ging voetballen… hoe zou het met ze zijn?

Ali Ben Libi (bronnen)